Note 19 — Christendom en Heidendom.
Reading edition
De prachtige en verwijfde Aziatische kleederdracht, de krullen en het blanketsel, de sieraden aan hals en arm, dat alles, zoo belachelijk bij Constantijn, werd door den philosoof Julianus verworpen. Men zegt, dat hij gewoonlijk op den grond sliep, zelfs in het prachtige paleis te Constantinopel. Zijn afkeer om het zich gemakkelijk te maken, leidde dikwijls tot het niet in acht nemen van de voorschriften der reinheid. In zijn Misopogon (de baard-hater d.i. de philosophen-hater, een satire tegen het volk van Antiochia dat zijn gewoonten en slordig uiterlijk had bespot) spreekt hij met genoegen en trots over zijn lange nagels en zijn zwarte handen en zijn ruigen “dichtbevolkten” baard.