Note 2 — Attila de Hun.
Reading edition
Afgrijselijke verhalen worden opgedischt over de verwoestingen en wreedheden van de Vandalen in Afrika gedurende de tien jaren, die verliepen voordat Gaiserik de geheele streek van Noord-West-Afrika had veroverd en zijn macht geconcentreerd had in Carthago, vanwaar hij met zijn sterke vloot het Westen van de Middellandsche Zee schoon veegde en de Balearen, Corsica, Sardinië en eindelijk ook Sicilië bemachtigde. Vandalisme is synoniem geworden met barbarisme en wreedheid, maar het is zeer wel mogelijk dat het verhaal over den ketterschen Gaiserik en zijn Vandalen door een vriend en biograaf van St. Augustinus overdreven is, vooral ook door de latere schrijvers. Het is nauwelijks te gelooven, dat indringers, die zich in een land willen vestigen, wijngaarden en vruchtboomen zouden verbranden en uitroeien, en de verhalen, dat zij lijken van geslachte gevangenen ophoopten om de muren van een belegerde stad te beklimmen of dat zij die lieten rotten om pest te verwekken, schijnen eenigszins fantastisch2.