Note 8 — 800–1200.
Reading edition
Een treffende en schoone eigenaardigheid van de Italiaansch-Romaansche bouwkunst is de klokketoren. Wij hebben reeds gezien (p. 251), dat de Italiaansche campanili van oude dagteekening zijn en dat eenige van de oude basilieken zeer mooie, ronde klokketorens hebben; maar de hooge, vierkante campanili, die zoo kenmerkend voor Italië zijn (en waarmede de ronde, scheeve toren van Pisa zulk een merkwaardige tegenstelling vormt), moeten worden toegeschreven aan den Romaanschen stijl. Te Rome, dat in andere opzichten niet sterk onder Romaanschen invloed is gekomen, bestaan vele fraaie, vierkante klokketorens van de twaalfde en dertiende eeuw, zooals die van de S. Maria in Cosmedin (plaat 21), S. Maria in Trastevere en SS. Giovanni e Paolo8. Te Rome heeft de campanile in dezen tijd gewoonlijk verdiepingen van donkerbruin baksteen, die gescheiden zijn door kroonlijsten van marmer of terra-cotta en bovenaan een plat dak (want torenspitsen zijn bijvoegsels van later datum). Behalve de benedenste heeft meestal iedere verdieping aan elke zijde twee ramen, open of blind, met marmeren zuiltjes (colonelli), terwijl bij de campanili van Noord-Italië het aantal vensters, zooals bij den klokketoren van Siena, waar elke verdieping een raam meer heeft, naar den top van het gebouw toeneemt (zie plaat 41, 55, 65).