Note 35 — 800–1190.
Reading edition
Thans moeten wij onze aandacht richten op het feit, dat er, ten noorden van Rome, en ook ten zuiden, zich machten hadden ontwikkeld, die, in hoogere mate dan de op zich zelf staande republieken der steden, een gevaar voor de Duitsche heerschappij schenen te worden. In het noorden toonde de machtige Markgraaf van Toskane, Bonifacius, die reeds vermeld is als de vader van Gravin Mathilde, een duidelijke neiging om den vreemden overheerscher zijn rechten te betwisten. Zijn grootvader, Azzo, had het kasteel Canossa35 (dat weldra zoo beroemd zou worden) bezeten en had daar prinses Adelheid, met wie Otto de Groote later trouwde, op haar vlucht gastvrij ontvangen. Azzo en zijn zoon Ugo werden daarom zeer begunstigd en ontvingen weldra uitgestrekte beneficia, waartoe ook de steden Mantua, Brescia, Modena en Reggio behoorden. Van Koenraad II kreeg Bonifacius het markiezaat Toskane en hij hielp hem, zooals wij gezien hebben, bij de verovering van Bourgondië; maar in den laatsten tijd koesterde hij eerzuchtige plannen en had zich zelfs verbonden met vijanden van het Keizerrijk, zelfs met dien misdadigen ellendeling, Benedictus IX.