← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 24 — 800–1190.

Reading edition

Door den invloed van dergelijke voorbeelden werd de dweepzieke Otto gemakkelijk tot zonderlinge buitensporigheden verleid. Hij bezoekt nu eens als pelgrim den Monte Gargano en de reliquieën van den H. Bartholomaeus te Benevento24, dan weer gaat hij naar de tombe van den H. Adalbert in de wildernissen van Polen of beraamt een kruistocht om het Heilige Graf uit de macht van de Saracenen te bevrijden, een plan, dat eerst een eeuw later verwezenlijkt werd; soms ook zien wij hem in een aanval van razernij en fanatisme de meest bloeddorstige wreedheden bedrijven. Voorbeelden van dergelijke wreedheden, de onmenschelijke verminking en moord op den “tegen-Paus” Johannes XVI, die door Crescentius was gekozen in plaats van Otto’s neef Gregorius, en de terechtstelling van Crescentius zelf en alle voornaamste magistraten van Rome, zullen later behandeld worden als bewijs van de barbaarschheid der tiende eeuw. Een andere daad van Otto, waardoor hij blijk gaf van zijn zonderlinge neigingen, is het openen van de tombe in de kathedraal te Aken, waarin het lijk van Karel den Groote naar men zeide, op een troon gezeten was. Het is niet mogelijk met zekerheid vast te stellen, wat Otto vond en wat hij deed, met hetgeen hij vond; maar wij weten, dat zijn eigen lichaam te Aken zou begraven worden naast dat van Karel en toen hij in 1003 dicht bij Rome stierf, droegen zij hem daarheen, terwijl zij zich met geweld een weg baanden door Italië, dat in openlijken opstand was; want in de laatste jaren van zijn regeering had hij vergeefsche pogingen aangewend om zijn droom van een hersteld Romeinsch-Byzantijnsch Keizerrijk te verwerkelijken in Rome, dat hij de Eeuwige Stad en de eenige ware hoofdstad van de wereld noemde. Doch de inwoners van Rome koesterden een zoo groote minachting voor zijn staatkundige plannen en zijn religieuze bezieling, dat zij hem bij zijn laatste bezoek uitgelachen en beleedigd, en hem zelfs in zijn paleis op den Aventinus belegerd hadden, zoodat hij hen nauwelijks kon overhalen hem ongedeerd te laten vertrekken. Nadat hij zich een tijdlang in het klooster van St. Romualdus te Ravenna had teruggetrokken, besloot hij, ofschoon de heilige het hem met nadruk afried, het kloosterleven op te geven en nog eens een poging te ondernemen om zijn Imperium Romanum te herstellen. Maar eerst moest hij Rome zelf heroveren en terwijl hij aarzelde het aan te vallen, werd hij door koorts aangetast en stierf in het kasteel van Paterno, bij den berg Soracte. In deze dagen reisde een Byzantijnsche prinses naar Italië om zijn gemalin en de Keizerin van het Keizerrijk zijner droomen te worden. Wanneer wij ons denken, hoe zij zich over zijn levenloos lichaam boog, hebben wij misschien een zinnebeeldige voorstelling van zijn onvervuld gebleven wenschen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings