← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 18 — 800–1190.

Reading edition

Alberik, of Alberico, bestuurde Rome misschien streng, maar rechtvaardig, gedurende 22 jaren (932–954). Het is een periode van de Italiaansche geschiedenis vol belangrijke hervormingen, die, helaas, weer te gronde zijn gegaan onder Alberik’s zoon en opvolger, die het karakter van zijn grootmoeder, Marozia, had geërfd. Hij verdeelde het leger in twaalf scholae naar de twaalf wijken van de stad, elk onder bevel van een banderese, “baanderheer”, zooals de Florentijnsche Gonfaloniere della compagnia. Door de titels van Princeps en Senator bekleedde hij blijkbaar zichzelf met de voornaamste wetgevende en uitvoerende bevoegheden; want de Senaat bestond niet meer en de aanzienlijken schijnen slechts als zijn ondergeschikte ambtenaren gehandeld te hebben. Als President van het Gerechtshof18 had hij, zooals de Venetiaansche Doges van vroeger tijden, een bijna absolute macht, en ofschoon wij op zijn munten naast zijn naam dien van den Paus vinden, is het toch zeer duidelijk, dat geen der zeven Pausen van deze periode eenig politiek gezag had. De meeste van hen waren door Alberik zelf uitgekozen, en onder zijn régime was een Paus niets anders dan het Hoofd van de Kerk, die het geestelijke gezag uitoefende. En men kan er niet aan twijfelen, dat Alberik de werking van geestelijken invloed zeer hoog schatte, ten minste als een steun voor het burgerlijke gezag. Dit blijkt uit twee feiten. Ten eerste moedigde hij krachtig de hervorming van de kloosters19 aan, waarmede Broeder Berno te Cluny, in Frankrijk, een begin had gemaakt, en toen Berno’s leerling, Odo, Rome bezocht, gaf hij hem een paleis op den Aventinus om daar een hervormd klooster te stichten (thans S. Maria Aventina en het klooster van de Maltezer Ridders). En ten tweede was hij zoo overtuigd van de noodzakelijkheid om den invloed van den godsdienst te erkennen en te gebruiken, dat hij besloot het hoogste burgerlijke en het hoogste geestelijke gezag in één hand te vereenigen, een stoutmoedige poging, die bij de oudste Romeinsche Keizers en bij eenige Kaliefen van de Mohammedanen schijnt geslaagd te zijn, maar die in vele gevallen de oorzaak is gebleken van groote ellende. Vóór zijn dood verzamelde hij de aanzienlijken van Rome voor de Confessio van de St. Pieter en liet hen zweren, dat zij, zoodra de gelegenheid zich voordeed, zijn zoon en opvolger, Octavianus, tot Paus zouden kiezen. Wij zullen zien, hoe deze belangrijke proef afliep.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings