Note 12 — 800–1190.
Reading edition
Wederom volgde een periode, waarin Berengarius onbetwist koning was, en in 915 werd hij te Rome als keizer gekroond, nadat het hem gelukt was te zamen met Paus Johannes X een bond van de Longobardische hertogen, van Napels en andere steden te vormen, met de bedoeling het Saraceensche kamp bij de Garigliano te vernietigen, welk doel werkelijk werd bereikt. Het scheen nu wederom, alsof Italië eindelijk vrede en eenheid zou deelachtig worden onder zijn eigen regeerders; maar deze Italiaansche Koningen en Keizers waren in het geheel niet naar den zin van de Pausen, die aldus onder voortdurend toezicht stonden, en de eerzuchtige en beginsellooze Johannes X begon, kort nadat hij Berengar den keizerlijken diadeem op het hoofd had gezet, evenals vele van zijn voorgangers en opvolgers, te “boeleeren” met vreemde vorsten, zooals Dante het noemt. Hij noodigde Rudolf, koning van Hoog-Bourgondië uit, het koningschap over Italië te aanvaarden en plaatste hem te Pavia in 922 de IJzeren Kroon op het hoofd. Berengar, in het nauw gebracht, riep zijn oude vijanden, de Magyaren, weder in het land. Deze kwamen, doch in plaats van hem te helpen, begonnen zij de landstreek te plunderen. Zij staken Pavia in brand en hun benden strekten hun strooptochten naar het zuiden bijna tot Rome uit. Ondertusschen was Berengar, zonder hun hulp, erin geslaagd Rudolf te verslaan en naar Bourgondië terug te jagen; maar kort daarna (924) werd hij te Verona vermoord, naar men zegt door een intiemen vriend, Flambert, die reeds eenmaal tegen hem een samenzwering had gesmeed en vergiffenis had gekregen12.