Note 8 — 800–1190.
Reading edition
Bij de verkiezing van Karel den Dikke hebben wij gezien, dat de keuze van een keizer, een tijdlang ten minste, afhankelijk was van den Paus, en de grooten, zoowel de leeken als de geestelijken, van Noord-Italië, zich het recht hadden aangematigd hun eigen koning te kiezen of de keuze te bekrachtigen; want zij lieten Karel te Pavia door den Aartsbisschop van Milaan kronen met de Longobardische kroon. Na zijn onttroning was het dus natuurlijk van zelf sprekend, dat deze grooten weder hun eigen koning zouden kiezen. Zij negeerden het feit, dat Arnulf van Carinthië, een Karolingische bastaard, in de plaats van Karel als koning van Duitschland was gekozen en zich dus ipso facto als Koning van Italië beschouwde, en kozen Berengarius, den Markies van Friaul8, den zoon van Gisela, een dochter van Lodewijk den Vrome.