Note 7 — 800–1190.
Reading edition
Toen Lodewijk II in 875 te Brescia stierf, waren zijn twee ooms, Lodewijk, de koning van Duitschland, en Karel de Kale van Frankrijk, die reeds beslag hadden gelegd op het gebied van Lotharius, de pretendenten naar de kroon van Italië en den keizerstitel, en het is belangwekkend te zien, dat bij deze gelegenheid, in plaats van een zich zelf kronenden Keizer, de Paus, de energieke en eerzuchtige Johannes VIII en de Italiaansche grooten de zaak beslissen. Het is zeker, dat Karel werd uitgenoodigd (of aangemaand) door Johannes naar Rome te komen om door den Paus tot keizer te worden gekroond, dat hij gehoorzaamde en dadelijk daarna naar Pavia trok, waar hij voor een groote vergadering van Italiaansche edelen en prelaten door den Aartsbisschop van Milaan met de Longobardische IJzeren Kroon tot Koning van Italië werd gekroond. De twee jaren van de regeering van Karel den Kale zijn merkwaardig om zijn voortdurende gevechten tegen zijn neven, de zonen van Lodewijk den Duitscher, en de hernieuwde moeilijkheden met de Saracenen, die, ofschoon zij door een Italiaansche vloot onder aanvoering van Paus Johannes zelf verslagen waren, toch het Romeinsche gebied verwoestten en, wederom geholpen door de verraderlijke Napolitanen, Rome zelf bedreigden7.