Note 52 — 800–1190.
Reading edition
In 1147 namen een millioen krijgslieden van West-Europa, voornamelijk opgewekt door de prediking van St. Bernard, deel aan den tweeden kruistocht. Deze verwekte meer geestdrift in Duitschland dan de eerste kruistocht, en Koenraad III besloot eindelijk zich er bij aan te sluiten. Twee jaren was hij in het Oosten, en het verdient vermelding, dat in zijn gevolg zich twee strijders bevonden, die in onzen geest twee zeer levendige, maar geheel verschillende voorstellingen wakker roepen. Een van deze was zijn neef, de jonge Frederik van Staufen (Barbarossa), die vele jaren later, als Kruisvaarder, wederom naar die oostersche landen trok en daar stierf. De ander was een voorvader van Dante, zijn overgrootvader, Cacciaguida, die, toen de dichter hem in den hemel van Mars52 ontmoette, hem vertelde, dat hij op aarde Keizer Koenraad gevolgd was en dat deze hem tot ridder had geslagen (mi cinse della sua milizia).