← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 48 — 800–1190.

Reading edition

De republikeinsche beweging, die reeds zeer groote uitbreiding had in het noorden van Italië, werd in het zuiden ernstig tegengewerkt door de veroveringen van de Noormannen. In Rome zelf had de geest van vrijheid, ofschoon deze krachtig onderdrukt werd door invloedrijke families, zooals de Tusculaansche graven, de Crescenzi en de Frangipani, en door die Pausen, die de werktuigen van de aristocratische en keizerlijke partijen waren, zich toch in zooverre laten gelden, dat het burgerlijk bestuur van de stad vrijwel republikeinsch was, terwijl het leger, volgens de twaalf wijken van Rome in twaalf scholae verdeeld, met zijn twaalf bevelhebbers (banderesi) onder toezicht van het volk stond. Maar een plotselinge en hevige uitbarsting zou ten gevolge hebben, dat Rome een tijdlang een volkomen republiek werd. De kleine stad Tibur (Tivoli), wier liefde voor de vrijheid de vrijheidslievende Romeinen ten zeerste had gehinderd, was overweldigd, maar weigerde hardnekkig zich te onderwerpen aan het Romeinsche volk, op grond van de bewering, dat de Paus het eenige hoogste gezag in Rome was; en toen Paus Innocentius openlijk deze theorie steunde, vond er een omwenteling plaats: de Republiek werd afgekondigd, de Prefectuur afgeschaft, en de Senaat, voornamelijk samengesteld uit burgers in plaats van patriciërs, werd geïnstalleerd op het Capitool48. In hetzelfde jaar (1143) stierf Innocentius en eveneens zijn opvolger, Celestinus. De volgende Paus, Lucius II, werd doodelijk getroffen door een steen, toen hij aan het hoofd van een bende edelen het Capitool trachtte te bestormen; zijn opvolger, Eugenius III, die op denzelfden dag werd gekozen, werd genoodzaakt uit Rome te vluchten49. Als Consul of eerste senator van de nieuwe republiek werd Giordano gekozen, blijkbaar een afvallig lid van de aristocratische familie der Pierleoni, want hij was, zeide men, een broeder van den tegen-paus Anacletus. Onder zijn presidium schijnt de herrezen Romeinsche Republiek zich gevestigd te hebben op een stevigen grondslag, waarvan zij zelfs door de vereenigde krachten van Barbarossa en Paus Hadrianus IV niet kon worden afgeworpen. Te oordeelen naar haar munten, erkende de Republiek in den eersten tijd den Keizer als haar vorst, maar stond den Paus geen aandeel in de regeering toe, en dwong hem van alle wereldlijke macht afstand te doen en zich tevreden te stellen met tienden en geschenken.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings