← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 47 — 800–1190.

Reading edition

Volgens de voorwaarden van het Concordaat deed Hendrik V afstand van het recht om prelaten te kiezen en hen te bekleeden met “ring en staf”. Zijn gezant mocht bij de investituur tegenwoordig zijn; maar dit was een ijdele vorm. Hij had ook het recht door de aanraking van zijn schepter de wereldlijke macht te verleenen, d.w.z. de landen en inkomsten van het ambt aan den nieuw benoemden dignitaris over te geven, hetgeen echter dikwijls een tamelijk onbelangrijk koninklijk privilege was. In het algemeen leed het koningschap door dit Concordaat aanmerkelijke schade. De domeinen van de voorname edelen waren oorspronkelijk veroverde of verbeurd verklaarde landen, waarvoor zij, als leengoederen, trouw schuldig waren aan de kroon; maar deze machtige edelen verpachtten dikwijls hun bezittingen of beloofden op hun beurt bescherming in ruil voor leenmanschap (hetgeen men recommandatie noemde) en verwierven zich aldus een groote menigte van achterleenmannen, die naar hun meening den koning geen trouw schuldig waren. Deze toestand werd door de Duitsche koningen hevig bestreden, doch met weinig goed gevolg. Derhalve vertrouwden zij voornamelijk op de bisschoppen en andere clericale waardigheidsbekleeders, die zij kozen, en die hun leenmannen waren door de uitgestrekte kerkelijke beneficia, waaruit het grondbezit van het rijk voor een groot gedeelte bestond. Maar door het concordaat van Worms verloor de koning de bevoegdheid om personen te kiezen, die voornamelijk zijn belangen behartigden en de koninklijke macht leed ernstig door deze uitbreiding van de pauselijke rechten47.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings