Note 31 — 568–800.
Reading edition
En nu gebeurde te Rome, wat het rechtstreeksch gevolg was van de herleving van het Romeinsche Imperium in de persoon van Karel den Groote. De Romeinsche aristocratie, zoowel de leeken als de geestelijken, aangemoedigd door de volslagen breuk met het Oostelijk Rijk, hoopte misschien een republikeinsche of oligarchische autonomie te stichten, zooals in Venetië, Napels en andere steden in opkomst was; zij spanden samen met de partijgenooten van den vorigen Paus, Hadrianus, en vielen Leo aan, terwijl hij een processie door de straten leidde. Hij werd van zijn paard geworpen; oogen en tong werden hem uitgerukt. Deze werden hem echter volgens een schrijver van den Liber Pontificalis op miraculeuze wijze teruggegeven. Zijn vrienden verbergen hem in een klooster. Daaruit ontsnapt hij door middel van een touw, evenals de H. Paulus31, bereikt Spoleto en stuurt een dringende smeekbede aan Karel. Maar de koning wordt geheel in beslag genomen door een opstand van de Saksen en verzoekt Leo hem te Paderborn, tusschen Keulen en Hannover, te bezoeken; hij zendt den jeugdigen Pepijn (den wettigen Pepijn, koning van Italië) en andere edelen om hem te escorteeren. Te Paderborn wordt Leo met grooten eer ingehaald; Karel en zijn krijgslieden knielen om zijn zegen te ontvangen.