Note 25 — 568–800.
Reading edition
Karel, die nu ongeveer 32 jaar oud was, beheerschte het geheele Frankische gebied ten noorden van de Alpen en het Longobardische rijk in Italië25 tot de rivier de Garigliano (Liris). Hij voelde zich reeds gerechtigd den titel Rex Francorum et Longobardorum te voeren behalve dien van Patricius Romanorum, den titel van zijn vader Pepijn. Maar zijn rijk zou zich nog geweldig uitbreiden. Hij was bestemd te regeeren over geheel Westelijk Europa; en zijn veroveringsoorlogen begonnen ook terstond. Hij verliet Pavia, haastte zich ook noordwaarts en begon dadelijk den eerste van de elf veldtochten, waarin hij in de volgende elf jaar met groote inspanning en veel bloedvergieten de Oost- en Westfaalsche Saksen onderwierp, woeste en verbitterde vijanden van het Christendom, aangevoerd door hun beroemd opperhoofd, Widukind.26 Op zijn eersten veldtocht (775) bracht hij deze Saksische heidenen een gevoelige nederlaag toe, maar nauwelijks was de vrede weer hersteld, of er kwam uit Italië bericht, dat een Longobardisch hertog een complot smeedde om zichzelf tot koning der Longobarden op te werpen en dat Adelchis, de zoon van den ongelukkigen Desiderius, met een vloot van Constantinopel was overgestoken om den opstand te steunen. Als een bliksemstraal schoot Karel neer van de Alpen en verpletterde de rebellen met een onverwachte woestheid, die men waarschijnlijk aan zijn opgekropte verontwaardiging moet toeschrijven. Dan trok hij even snel naar het noorden terug. Hier strafte hij de Saksen nogmaals. Een paar maanden later is hij in Spanje, strijdt tegen de Saracenen, neemt Pampluna en nadert Saragossa. Daarna wordt hij weder teruggeroepen (778), trekt naar het noorden terug en op zuidelijke hellingen van de Pyreneeën, bij Roncesvalles, wordt zijn geheele achterhoede, volgens sommigen 30.000 man, en vele paladijnen neergehouwen door de Basken (Vascones), een voorval, dat beroemd is geworden door de legenden, die samenhangen met Orlando en gebruikt zijn door de dichters van de Gestes de Charlemagne en de Chanson de Roland, en later weder door Boiardo en Pulci en Ariosto; maar, wanneer Milton27 dacht, dat Karel vernietigd was in de dolorosa rotta van Roncesvalles, vergiste hij zich deerlijk, want, ofschoon hij, zooals Dante zegt “zijn heilige onderneming verloor” (perdè la sante gesta) om de Saracenen uit Spanje te verdrijven, had hij toch binnen een paar maanden de steeds weerspannige Saksen gegeeseld en was weder in Italië, waarheen hem Paus Hadrianus geroepen had; want Zijne Heiligheid werd op nieuw zeer lastig gevallen door de in naam onderworpen, maar feitelijk onafhankelijke Longobardische Hertogen van Spoleto en Benevento, die slechts weinig aandacht schonken aan territoriale aanspraken van het Pausdom of aan Donaties van Pepijn en Constantinus. Nadat Karel de Kerstdagen te Pavia had doorgebracht, bezocht hij Rome weder, waar hij het Paaschfeest van 781 vierde en zijn vierjarigen zoon Karloman nog eens liet doopen door Hadrianus en kronen als “Koning van Italië” en zijn tweejarigen Louis (Ludwig) als Koning van Aquitania; het gewicht van deze plechtigheden ligt in het feit, dat Karel hiermede formeel het recht van den Paus erkende om koningen te benoemen en aldus het zaad strooide van de toekomstige twisten over de Investituur.