Note 23 — 568–800.
Reading edition
Toen riep de Paus dringend om hulp en Karel haastte zich hem te ontzetten. Hij trok met twee legers naar Italië. Eén leger, onder bevel van zijn oom, een zoon van Karel Martel, nam zijn weg door den pas van Jupiter Poeninus (Monte Giove, Mont Joux of Groote St. Bernard), het andere voerde hijzelf over den Mont Cenis; een hevige strijd werd gevoerd (Juni 773) in de bergpassen, waar de Longobarden sterke versperringen hadden aangelegd. Desiderius werd naar Pavia teruggeslagen, waar hij door het eene Frankische leger nauw werd ingesloten, terwijl het andere Turijn, Milaan, Verona23 en andere steden veroverde. Nadat Karel Pavia zes maanden vergeefs belegerd had, besloot hij het Paaschfeest van 774 in Rome te gaan vieren. Dit eerste bezoek van hem aan Rome, dat van belang is wegens de bevestiging van Pepijn’s Donatie, zal in een volgend hoofdstuk worden beschreven. In Juni verliet hij Rome en keerde weer naar Pavia terug, dat zich weldra overgaf.24 Desiderius werd met zijn vrouw en dochter naar Frankrijk gezonden. Hij werd gedwongen de tonsuur aan te nemen en stierf in vergetelheid. Zoo eindigde de Longobardische heerschappij.