← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 1 — 568–800.

Reading edition

De inval van de Longobarden in Italië had verschillende oorzaken. Een van deze was zonder twijfel de druk op hen uitgeoefend door de woeste Avaren, die zelf waarschijnlijk westwaarts werden gedrongen door andere stammen uit het oosten; een andere oorzaak was misschien de uitnoodiging van Narses; nog een andere, dat Italië door zijn bekenden rijkdom en vruchtbaarheid de indringers tot zich trok, vooral daar het in dezen tijd bijna weerloos was. De Byzantijnen hadden hun macht niet voldoende bevestigd. Het was hun, evenmin als de Oost-Goten, gelukt de gunst of berusting van het Italiaansche volk te winnen. Narses had de geestelijkheid en den adel zoo verbitterd door zijn militair despotisme, en het volk door zijn uitpersingen dat, zooals de Romeinsche gezanten aan Justinus hadden verklaard, Italië verwoest door de lange oorlogen, ontvolkt door hongersnood en pest, volkomen onmachtig zich te verdedigen, bereid was zich onder Gotische of elke andere heerschappij te stellen, daar die waarschijnlijk dragelijker zou zijn dan die van Narses en het Oostelijke Keizerrijk. Narses had toen zijn ontslag gekregen, maar ofschoon zijn opvolger Longinus getracht had eenige verbetering te brengen, was hem dat mislukt. Hij maakte geen plan voor een systematische verdediging, maar sloot zich op in Ravenna. De verstrooide overblijfselen van het Gotische leger sloten zich zonder twijfel bij den nieuwen barbaarschen indringer aan en in ongeveer achttien maanden werden vele van de voornaamste steden van Noord-Italië overgegeven aan of veroverd door de horden1 van Longobarden, Gepiden, Sueven, Saksen, Bulgaren en Beieren, die met hun vrouwen, kinderen, vee en al hun roerende bezittingen Alboin waren gevolgd over den welbekenden pas van de Julische Alpen, die zoo dikwijls door binnendringende benden was gebruikt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings