Note 22 — 568–800.
Reading edition
In zijn eerste phase wordt het Pausdom gesteund tegen den Romeinschen adel door de barbaarsche vorsten en de Keizers, die door donaties zijn onverzadelijke begeerte naar wereldlijke macht aanmoedigt. Dante gebruikt bittere woorden over die wolvin, die in haar magerheid met alle begeerten scheen belast (Inferno I, 50.) en na de voedering meer honger heeft dan te voren. (Inferno. I, 99.) En nog sterker in zijn Bijbelsch puttaneggiar co’ regi (Inferno XIX, 108.). Een van die regi was natuurlijk Karel van Anjou.