Note 9 — 395–450
Reading edition
Rome schijnt een ernstig beroep te hebben gedaan op de oude goden om haar te helpen tegen den Christelijken barbaar Alarik. Zosimus “de kwaadaardige heidensche historieschrijver” zegt dat zelfs de Paus den Etruscischen toovenaars toestond hun kunsten te beproeven, om (zooals Numa) den bliksem van den hemel te lokken en tegen de vijanden te richten—misschien een vooruitloopen op de artillerie.