Note 1 — 395–450
Reading edition
Hetgeen over de oudste geschiedenis van de Hunnen bekend is, hebben wij reeds in het kort verhaald. Nu moeten de gebeurtenissen beschreven worden van de jaren, waarin zij de schrik van Europa waren, aangevoerd door Attila, den “Geesel Gods”1, den verwoester, wiens strijders een spoor nalieten, waar geen gras meer groeide, den moordenaar, die in den diepsten poel van de helsche rivier van kokend bloed zich wringt, want aldus heeft de verbeelding van volkeren en dichters hem geschilderd2.