Note 12 — 395–450
Reading edition
Een jaar voor dezen slag op de Catalaunische vlakte, waar Attila’s overwinningen werden gestuit, stierf Galla Placidia. Zij had voor zichzelf te Ravenna een mausoleum gebouwd en haar lijk werd van Rome daarheen gebracht. Het mausoleum bestaat nog en is een van de schoonste en prachtigste gebouwen van dien tijd. Het is kruisvormig; de koepel is van binnen rijk versierd met schitterend mozaïek en gouden sterren op een donkerblauwen achtergrond—het doet door de kleine afmetingen en heldere kleuren denken aan een colibri met uitgespreide vleugels. Er zijn drie groote marmeren sarcophagen, zonder naam en zonder inhoud, behalve een paar afgebrokkelde beenderen (zie pl. 7 en verklaring). Men gelooft dat het de tomben zijn van Placidia, van haar gemaal Constantius III en van Valentinianus III, haar zoon. Die van Placidia was blijkbaar versierd met kostbare steenen en aan den voorkant bedekt met zilveren platen, zooals de schitterende pala12 van het hoogaltaar in de St. Markus te Venetië; maar Benedictijner monniken, die de graven beroofden om kloosters te bouwen, wedijverden met Lombardische barbaren in het plunderen van het mausoleum. De overlevering13 verzekerde, dat het lijk van de Keizerin in de sarcophaag was geplaatst, gehuld in haar Keizerlijk gewaad en gezeten op een troon; en de overlevering schijnt gelijk te hebben gehad, want in de veertiende eeuw werd er een opening gemaakt, waardoor men een vorstelijk gekleede mummie kon zien, die op een stoel van cypressenhout zat—Galla Placidia zelf of een beeld, dat daar geplaatst was door de kerkelijke autoriteiten om als reliquie te dienen. In 1577 trachtten eenige kinderen de sarcophaag te verlichten door er een kaars in te brengen, doch staken het gewaad in brand en de geheele zittende gedaante brandde af, behalve een paar beenderen, die, volgens een schrijver uit dien tijd, bewezen, dat het lichaam reusachtig moest geweest zijn—een raadselachtige mededeeling!