Note 11 — 395–450
Reading edition
Athaulf of Adolf, de broeder van Alarik’s gemalin, nam het legercommando over. Omtrent de beweegredenen, die hem van vijandelijkheden tegen Honorius en Italië weerhielden, wordt ons een belangwekkende beschouwing gegeven door den vriend van St. Augustinus, den geschiedschrijver Orosius, die op een bezoek bij St. Hieronymus in Palestina een pelgrim ontmoette, een wapenbroeder van den barbaren-hoofdman. Eerst was Athaulf van plan geweest zich tot Augustus op te werpen en een “Gotia” (een Gotisch Keizerrijk) te stichten in de plaats van de “Romania”. Maar hij had de overtuiging gekregen dat de Goten zoo wild en onhandelbaar waren, dat zij niet op een blijvende staat konden hopen, tenzij een die gebaseerd was op en onderworpen aan wetten van het Romeinsche Keizerrijk. Hij schijnt geen hoop gekoesterd te hebben, zooals Theoderik dit later tevergeefs trachtte te verwezenlijken, dat een nieuwe staat zou kunnen worden opgebouwd uit barbaarsche en Romeinsche elementen. Misschien hebben ook persoonlijke motieven er hem toe gebracht een Romeinsche politiek te volgen, want een van zijn Romeinsche gevangenen had hem bekoord, de half-zuster van Honorius, de jeugdige Galla Placidia, die—matre pulchra filia pulchrior—de schoonheid van haar moeder Galla en haar grootmoeder Justina had geërfd. Honorius wilde in het huwelijk van een Keizerlijke prinses en een barbaar niet toestemmen, maar daar hij door den “tyran” Constantinus en een usurpator, die Spanje overweldigd had, juist zeer in het nauw werd gebracht, was hij blij Italië van de West-Goten te kunnen bevrijden. Athaulf en zijn leger konden dus ongehinderd Italië doortrekken en Gallië binnenrukken, op voorwaarde, dat zij Honorius zouden helpen de Westelijke provinciën te heroveren. Ondertusschen was er, ofschoon de overweldiger van Spanje (die weder Maximus heette) verpletterd was en Constantinus door een dapper veldheer van Honorius, Constantius, te Arles gevangen genomen en naar Ravenna gestuurd was, een derde usurpator opgestaan. Deze werd aangevallen en gedood door Athaulf; zijn hoofd werd naar Honorius gezonden, die het naar Carthago doorstuurde om aan die eenigszins ontrouwe stad te toonen, welk lot opstandelingen konden verwachten. Maar ondanks dit bloedige geschenk weigerde Honorius steeds het huwelijk te bekrachtigen en beloofde een groote hoeveelheid graan aan de Goten, die gebrek leden, te zenden, wanneer Athaulf van de schoone Placidia afzag. Dit aanbod evenwel werd afgeslagen en Athaulf besloot door te tasten. Hij maakte zich meester van Narbonne, Toulouse en Bordeaux en trachtte zelfs Marseille te nemen, dat door de keizerlijke troepen onder Bonifacius verdedigd werd. Daarna vierde hij zijn bruiloft met Galla Placidia, die Honorius’ meening in deze zaak volstrekt niet deelde, te Narbonne. De bruiloft, zegt Villari, werd gevierd met echt Romeinsche plechtigheid. De barbaar Athaulf droeg een Romeinsche tunica. Voor de bruid, die een prachtig Romeinsch gewaad droeg, knielden vijftig jongelingen ieder met twee gouden bekkens, een met goudstukken, het ander met juweelen en andere kostbare voorwerpen gevuld—afkomstig van de plundering van Rome. Om de plechtigheid te verhoogen werden Latijnsche verzen voorgedragen—terwijl de11 indrukwekkendheid werd vergroot door het feit, dat deze huwelijkszang werd gedeclameerd door Attalus, den “schijn-keizer”, dien Alarik gekozen en kort daarna afgezet had.