Note 6 — 395–450
Reading edition
De oorzaken van den val van Stilicho waren vele. Jaren geleden hadden zijn vijanden de beschuldiging verspreid, dat hij na de nederlaag van Alarik diens ontvluchting had begunstigd, zoowel in Griekenland als in Italië en dat hij hem zelfs als stadhouder van Illyrië had willen erkennen; en de beschuldiging was des te moeilijker te weerleggen, daar hijzelf een barbaar van geboorte en derhalve verdacht en gehaat was bij het Romeinsche gedeelte van het leger, en ook in Rome bij den hoogen zoowel als bij den lagen stand. Ook Honorius begon hem te verdenken en daar hij nogal kinderlijk was, luisterde hij des te eerder naar het gerucht, dat de almachtige generaal zijn zoon Eucherius—die zich een bloedverwant noemde van den grooten Theodosius—op den troon van het Westen of van het Oosten wilde plaatsen6. Een andere beschuldiging was gegrond op het onweerlegbare, doch misschien noodzakelijke, feit dat Keizerlijke troepen uit Brittannië en Gallië waren weggehaald, waardoor groote woeste horden den Rijn waren overgetrokken, en te midden van de paniek een gevaarlijke “tyran”, Constantinus, in Brittannië opgestaan was en zich meester gemaakt had van Gallië en Spanje.