Note 1 — 395–450
Reading edition
Deze West-Goten begonnen nu erg lastig te worden. Gedurende de laatste vijf jaar (sinds 395 ongeveer) regeerde Alarik over hen, van wien wij reeds hebben gehoord in den slag bij den Frigidus, waar hij als jonge man voor Theodosius streed tegen Arbogast. De sluwe Rufinus had getracht de gevaarlijke horden van Alarik op te zetten tegen Stilicho en het Westersche Rijk, om hen van de hoofdstad van het Oosten af te houden. Stilicho, die zelf een Vandaal was, had hen tegen Rufinus gebruikt; maar daarna had hij zich tegenover hen gesteld en Alarik verslagen in den Peloponnesus, toen deze Griekenland binnendrong1.