Note 4 — 300–800.
Reading edition
Een oude Christelijke basiliek is gewoonlijk een langwerpig rechthoekig gebouw, in de lengte in drie of vijf ruimten verdeeld door zuilenrijen, die houten daken dragen, terwijl het dak van het midden-gedeelte, het schip, zooveel hooger is dan de andere daken, dat de wanden bovenaan van ramen voorzien en door mozaïeken of frescos versierd kunnen worden. Het schip eindigt in een halfrond koor gedekt door een halven koepel of apsis, en aan de andere zijde van het gebouw is een vestibule of zuilengang of een atrium, waarvan wij nog een mooi voorbeeld hebben in de S. Ambrogio te Milaan4.