Note 45 — 1190–1313.
Reading edition
De Paus had het jaar 1300 als een jubeljaar van de Kerk aangekondigd. Hij gebruikte die gelegenheid om pelgrims naar Rome te lokken en rijkelijke aflaten te beloven aan allen, die de groote Romeinsche basilieken bezochten. Het was een groote triumf voor Bonifacius. Op den hoogsten troon van het Christendom gezeten, werd hij vereerd als de Vicarius van God door twee of drie millioen vrome geloovigen die uit alle landen van Europa naar Rome stroomden, ieder om zijn offer te brengen45. Onder hen was waarschijnlijk ook Giotto (zie plaat 50) en Dante; want ofschoon sommige beweren, dat Dante het volgend jaar Rome het eerst zag bij gelegenheid van het gewichtig gezantschap46, waarmede hij belast werd, is de beroemde beschrijving, waar de dichter twee groepen van verdoemden in de hel vergelijkt met de twee stroomen, die zich in tegengestelde richtingen over de brug van het Vaticaan bewegen47, zoo levendig, dat deze wel op eigen aanschouwing zal berusten. Er was nog een ander beroemd schrijver aanwezig, Giovanni Villani, die in dien tijd koopman was. Hij vertelt ons, dat, hetgeen hij bij die gelegenheid te Rome zag, hem opwekte tot het schrijven van zijn Kroniek, waaraan hij in datzelfde jaar begon (het jaar, waarin de handeling der Divina Commedia valt) bij zijn terugkeer te Florence; dit werk, voortgezet en voltooid door zijn broeder en zijn neef, werd het grootste der Italiaansche geschiedwerken48.