Note 41 — 1190–1313.
Reading edition
Karel liet den nieuwen Paus, Celestinus V, niet naar Rome gaan, maar nam hem mede naar zijn hof te Napels, om hem voor zijn eigen plannen te gebruiken. Maar weldra bemerkte hij, dat Celestinus onbruikbaar was voor zijn doeleinden, en voordat er vier maanden verstreken waren, trad de arme, oude kluizenaar, voor wien de toestand ondragelijk was geworden, af; en men zegt, dat hij hiertoe werd aangespoord door de stemmen van engelen, die zich in zijn slaapkamer lieten hooren door de vernuftige listen of ventriloquistische bekwaamheden41 van een kardinaal, Benedetto geheeten, een afstammeling van de adelijke familie der Gaetani van Anagni (of, zooals Dante42 de stad noemt, Alagna). Deze sluwe, aanmatigende en vermetele man had, naar men vertelt, reeds geheime bijeenkomsten met Koning Karel gehouden en hem beloofd zijn politiek te steunen met alle middelen, die een Paus ten dienste stonden; en tien dagen, nadat Celestinus was afgetreden (Kerstavond, 1294) werd hij door de vreesachtige kardinalen gekozen, ofschoon vele van hen blijkbaar overtuigd waren van de waarheid der mededeelingen, volgens welke hij beschuldigd werd van de schandelijkste misdaden en de onsterfelijkheid van de ziel, de goddelijkheid van Christus en zelfs het bestaan van God ontkende. Tien dagen later hield hij zijn intocht in Rome met een pracht, “die nooit te voren in Rome was gezien.” Koning Karel en zijn zoon, Karel Martel van Hongarije leidden thans geen nederigen ezel maar het prachtige, witte, rijk getuigde ros, waarop Benedetto was gezeten met een gouden kroon op het hoofd; en daarna, toen de schitterende plechtigheid van de wijding in de St. Pieter was afgeloopen, vergezelden de beide koningen hem naar het Lateraan en stonden bij het feestmaal achter zijn troon.