Note 39 — 1190–1313.
Reading edition
Frederik was met dezen titel evenwel niet tevreden en liet zich in 1296 tot Koning van Sicilië uitroepen. Tusschen de beide broeders ontstond nu een hevige twist, die nog werd aangewakkerd door de duivelsche boosaardigheid en eerzucht van Paus Bonifacius, die ten slotte Constantia, de vrome weduwe van Koning Pedro overreedde naar Rome te gaan met haar oudsten zoon, Koning Jacob en een schandelijke overeenkomst te sluiten met den doodvijand van haar jongsten zoon, Carlo lo Zoppo, waarbij zij hem haar dochter Violante tot gemalin gaf. De broeder-oorlog werd ondertusschen met groote bitterheid hernieuwd en de oude Spaansche admiraal, Loria, die Frederik ontrouw was geworden en de partij der Anjou’s had gekozen, bracht de Siciliaansche vloot een gevoelige nederlaag toe. Eindelijk, in 1302, ging Bonifacius zelfs zoo ver, dat hij Karel van Valois naar Italië riep (wij zullen later zien, hoe deze onderneming mislukte); maar de partijen, die den strijd moede waren, sloten, zeer tot ongenoegen van Paus Bonifacius, den vrede van Caltabellotta, waarbij het koningschap over Sicilië aan Frederik voor zijn leven werd toegestaan; doch hij beloofde Leonore, de dochter van Karel II (lo Zoppo) te trouwen, onder voorwaarde, dat een eventueele erfgenaam Sardinië of Cyprus zou krijgen, maar Sicilië aan het geslacht van Anjou zou overgeven, een voorwaarde, die bij zijn dood in 1337 niet is vervuld, omdat de Sicilianen weigerden onderdanen te worden van de Fransche vorsten39.