← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 21 — 1190–1313.

Reading edition

Ondertusschen had in het noorden de partij der Ghibellijnen, die toch altijd—ofschoon de groote veete weleens aanleiding gaf tot onderlinge oneenigheid—als de partij van het leenstelsel en de vreemde overheersching tegenover de voorstanders van de republikeinsche vrijheid stond, een ernstige nederlaag geleden door den ondergang van Ezzelino. Twintig jaren lang had zijn naam in Noord-Italië schrik en angst verspreid. Hij heerschte als een despoot, ofschoon hij in naam leenman van den Keizer was, over alle steden tusschen den Lago di Garda en de Venetiaansche lagunen. Maar de republikeinsche geest kon niet gedoofd worden. Met de hulp van de Welfsche gemeenten maakten de onderdrukte steden zich vrij en Ezzelino werd in de gevangenis geworpen, waar hij, naar men zeide, zich van kant maakte door de verbanden van zijn wonden af te trekken (1259)21. Aldus kreeg een tijdlang de volkspartij in het noorden de macht in handen, terwijl in Toskane de Florentijnsche Welfen er in slaagden de Uberti en hun Ghibellijnsche aanhangers te verdrijven. Maar deze overwinning was van korten duur, want, zooals wij later zullen zien, de ballingen verzamelden een leger en brachten hun tegenstanders bij Montaperti (dicht bij Siena) een verpletterende nederlaag toe, en Florence zou geplunderd zijn en met den grond gelijk gemaakt, indien niet de machtige aanvoerder van de Ghibellijnen, Farinata degli Uberti tusschen beiden was gekomen. In dezen slag, die, zooals Dante zegt, “de Arbia rood verfde”22 door het bloed van de Welfen, onderscheidde zich in het bijzonder de Duitsche ruiterij van Manfred. Dit bevestigde nu ook zijn gezag in Midden-Italië en zijn stadhouder, Guido Novello, bestuurde een tijdlang Florence.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings