Note 16 — 1190–1313.
Reading edition
Er ontbrandde een strijd van twee Titanen, waarbij Encyclieken en Manifesten werden geslingerd als rotsblokken en bliksemschichten, terwijl Europa zwijgend, vol ontzag, toekeek. Voorloopig scheen er nog geen beslissing te zullen vallen. De aanvallen van Frederik tegen de hebzucht, aanmatiging en ondeugden van het Pausdom werden door de groote meerderheid der Christenen met geestdrift toegejuicht, maar Innocentius vond ook levendigen bijval voor zijn bewering, dat “aan het Hoofd van de Kerk twee zwaarden waren gegeven, de geestelijke en de wereldlijke macht, en dat hij de vrije beschikking had om er een aan den Keizer te leenen.” Europa was nog niet gekomen tot dat onderscheid tusschen de koninkrijken van den godsdienst en de wereldlijke macht, waarvoor Dante in zijn Monarchia en in zijn Divina Commedia16 zoo krachtig opkomt. En zonder twijfel had deze geweldige botsing ver strekkende gevolgen, die niet gemakkelijk te bemerken waren, en in dien tijd ontstonden naar aanleiding daarvan gevaarlijke opstanden en werd zelfs een pretendent tot Keizer uitgeroepen; aan den anderen kant herleefde de anti-pauselijke stemming, waarvan de Ghibellijnsche partij in Noord-Italië voordeel trok om de jonge republieken te onderdrukken. De bloeddorstige Ezzelino, die nu de schoonzoon van Frederik was, onderwierp, geholpen door Frederik’s onwettigen zoon Enzio (of Enzo), vele steden van Lombardije, Emilia en Venetia en trachtte die in “Signorie” te veranderen, (een lot, dat weldra de meeste Italiaansche republieken zou treffen) of liever, één groote Signoria van vele steden te stichten.