Note 14 — 1190–1313.
Reading edition
Ondertusschen was Frederik naar het zuiden gemarcheerd en maakte het plan Rome aan te vallen, toen in zijn legerplaats bij Grottaferrata (dicht bij het Albaansche meer) het bericht kwam, dat zijn oude tegenstander, Paus Gregorius, die bijna zijn honderdste jaar had bereikt14, gestorven was. Vele geestelijken waren nog in de macht van Frederik en de Tien Kardinalen, die in Rome waren, werden twee maanden lang streng gevangen gehouden door den Senator Rubeus, een despotisch individu, die in dezen tijd in de stad de baas speelde; eindelijk werden zij uit hun wreede gevangenschap (waarin een van hen was gestorven) verlost, nadat zij een Paus hadden gekozen, een zwakken ouden man, Celestinus IV. Deze overleefde zijn benoeming slechts achttien dagen. Daarop volgde een pauselijk interregnum van ongeveer twee jaren, gedurende welken tijd alle kardinalen verdwenen en hun toevlucht zochten in verschillende kasteelen op het land. Ten slotte, na herhaalde aanmaningen en bedreigingen van Frederik, die nog steeds de Campagna verwoestte, ofschoon hij Rome niet durfde aanvallen, kwamen de kardinalen te Anagni bijeen.