Note 9 — 1190–1313.
Reading edition
Men zou er zich over kunnen verwonderen, wanneer men hoort, dat Frederik onder dergelijke omstandigheden uit eigen beweging besloot een kruistocht te ondernemen, ditmaal in vollen ernst, doch na eenig nadenken zal men inzien, dat dit een meesterlijke zet van hem was. Hij wenschte de wereld te laten zien, dat Keizers en Kruisvaarders zich niet bekommerden om krachtelooze banbliksems en hij wilde bewijzen, dat de Paus zijn eigen kleinzielige wraak hooger stelde dan de bevrijding van het Heilige Graf. Terwijl de banvloek nog steeds op hem rustte en de geestelijken hem brandmerkten als een “zeeroover, geen Kruisvaarder”, bereikte hij Jeruzalem. Daar geen priester die plechtige handeling durfde verrichten, hief hij met eigen hand de kroon van het altaar van het Heilige Graf op en zette die op zijn hoofd, een daad, die door de tegenstelling ons herinnert aan dien gran capitano van den eersten kruistocht, die weigerde gekroond te worden in de stad, waar de Koning der Koningen een doornenkroon had gedragen9.