Note 3 — 1190–1313.
Reading edition
Keizerin Constantia, een vrome en zachte vrouw, nu reeds tamelijk oud, leed zonder twijfel ten zeerste door de wreedheden die haar Duitsche gemaal bedreef. Zij had zich teruggetrokken naar het stadje Jesi, niet ver van Ancona, en daar schonk zij het leven aan een zoon3, den toekomstigen Keizer Frederik II. Door de Duitsche edelen, die te Aken in 1196 bijeen waren gekomen, werd het kind tot “Koning der Romeinen” gekozen; bij deze gelegenheid dwong Hendrik den keurvorsten de erkenning van het absolute erfelijke recht van zijn afstammelingen, hetzij in de manlijke hetzij in de vrouwelijke lijn, op de Duitsche kroon af. Kort daarna werd hij naar Zuid-Italië teruggeroepen door het opnieuw uitbreken van den opstand; hij dempte dien op de meest barbaarsche wijze. Aangemoedigd door den gelukkigen afloop, begon hij plannen te maken voor de verovering van Dalmatië, waarop hij aanspraak maakte als een gedeelte van het gebied, dat de koningen der Noormannen hadden bezet, en hij wilde zelfs Constantinopel innemen en het Oostelijke Keizerrijk annexeeren, en deze plannen werden inderdaad niet lang daarna verwezenlijkt, maar niet door hem; want hij stierf te Messina in 1197, slechts twee en dertig jaar oud.