← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 33 — 1190–1313.

Reading edition

Indien hij zijn plannen had kunnen verwezelijken, zegt Gregorovius, had hij zijn kleinzonen koningen van Toskane en Lombardije gemaakt. “In waarheid was ik een berenkind, zoo begeerig om de berenwelpen (Orsatti) vooruit te brengen, dat ik hier boven rijkdommen en hier mijzelf in den buidel stak.” Zoo beschrijft hij zichzelf (Inferno XIX, 70) bij Dante, die hem, als Simonist, in Malebolge plaatst, met het hoofd naar beneden in een kuil, terwijl hij rusteloos met zijn voeten, die eruit steken en branden, kwispelt. Wanneer hij Dante Italiaansch hoort spreken, roept hij uit: “Zijt gij daar reeds, Bonifacius?”, daar hij meende, dat het Paus Bonifacius VIII was, die in 1303 in hetzelfde gat voorover zou geworpen worden en later zou gevolgd worden door Clemens V, die den zetel van het Pausdom naar Avignon heeft verplaatst. (e farà quel d’ Alagna esser piú giuso, Parad. XXX. 148).

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings