← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 2 — 1190–1313.

Reading edition

Maar ofschoon dit zonderlinge, bijgeloovige gevoel ten opzichte van het Pausdom gedurende langen tijd onuitroeibaar scheen te zijn, had er toch een groote, zij het ook langzame, verandering in den stand van zaken plaats door de opkomst van de republieken en de verlichting, die dergelijke middelpunten van wetenschap verspreidden als de Universiteiten van Bologna, Salerno en Parijs2. De Donkere Eeuwen van bijgeloof, waarin men, zonder acht te slaan op het vraagstuk der zedelijkheid, zooals sommigen nu nog doen, eerbied betoonde aan het traditioneele religieuze gezag, begonnen langzamerhand plaats te maken voor het licht van de rede en een juister begrip van de leer van Christus; het Christendom begon zich in zedelijken zin te ontwikkelen; en toen de Roomsche Kerk haar handen begon te bezoedelen met het bloed van hen, die zich aan haar doctrinaire leiding wilden onttrekken, bleef de vijandschap tegen het Pausdom niet langer op politieke gronden rusten, maar werd nu ook gesteund door de moreele verontwaardiging. “Het edelste gevoel van de menschheid”, zegt Gregorovius, “kwam in opstand tegen de afschuwelijke schanddaden, die in naam van den Christelijken godsdienst werden gepleegd, en diep was de ontroering en het medelijden met hen, die leden door de heldhaftige verdediging van hun gewetensvrijheid.” Ook Green, die een vernietigend verslag geeft van den toestand van de Anglikaansche Kerk en het gebruik, dat Rome daarvan in dit tijdperk maakt, vertelt ons, dat “de oude eerbied voor den Heiligen Stoel langzamerhand verdween voor een algemeen gevoel van wrok”. Maar zulke uitdrukkingen zijn veel te zwak om de algemeene stemming weer te geven, die er in Italië in dit opzicht heerschte na den kruistocht van Paus Innocentius tegen de Albigenzen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings