← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 61 — 1190–1313.

Reading edition

Toen Hendrik in Italië kwam, was Dante reeds ongeveer tien jaren in ballingschap en misschien onlangs teruggekeerd van zijn zwerftochten, die hem naar Parijs en Nederland of zelfs naar Engeland61 kunnen gebracht hebben. Wellicht was hij er bij tegenwoordig, toen Hendrik de IJzeren Kroon te Milaan ontving en men zegt, dat hij bij deze gelegenheid “zijn raad, zoo niet zijn zwaard aan den Bevrijder van Italië gewijd heeft”, terwijl hij hem misschien een afschrift van de Monarchia aanbood, dat Hendrik zonder twijfel niet gelezen heeft. Kort daarna zendt de dichter uit het Casentijnsche (de bovenvallei van den Arno), waarheen hij zich teruggetrokken had, aan zijn vaderstad een heftigen open brief, die begint met de woorden: Dantes Allagherius florentinus et exsul immeritus sceleratissimis Florentinis intrinsecus. Hij is vol sarcasme en schimpscheuten. “Wat zullen”, zoo vraagt hij, “uw gracht, uw muren, uw torens u baten, wanneer de adelaar, schrikwekkend met zijn gouden vleugels, op u neerschiet?” En terwijl Hendrik nog te Pisa toefde, stuurde Dante hem in de lente van 1312 den brief, waarover wij reeds gesproken hebben, en richt zich tot den zoogenaamden Romeinschen Keizer met merkwaardige woorden, noemt hem niet alleen een Zonnegod en een Heilig Graf, maar zelfs het Lam Gods, terwijl hij Florence uitscheldt voor een vos, een adder, een hydra, een schurftig schaap, dat de geheele kudde aansteekt enz. Maar, zooals wij reeds zagen, Hendrik nam zijn raad niet ter harte.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings