Note 50 — 1190–1313.
Reading edition
Deze tegenspoed had natuurlijk oneenigheid tusschen Bonifacius en Karel van Valois ten gevolge en maakte den Paus aan het Fransche hof gehaat. En Frankrijk was in de laatste jaren tot hooge macht gestegen. Het had een onafhankelijkheid en nationale zelfbewustheid ontwikkeld, zooals in dien tijd nergens in Europa bestond50. Koning Philips IV, de Schoone, wist, dat hij het geheele volk achter zich had en toen hij geld noodig had voor zijn oorlogen tegen Engeland en later tegen de Vlamingen, vooral na den slag bij Kortrijk (1302), legde hij de geestelijken en de kloosters belastingen op; Bonifacius, ofschoon woedend, stond hier machteloos tegenover, want Philips werd gesteund door de publieke meening in Frankrijk, en zoowel de leeken als ook de geestelijken kozen de zijde van hun vorst en toonden zich ook op godsdienstig gebied onafhankelijk. De gezant, die in 1302 een aanmatigende Bul van den verbitterden Paus bracht, werd gevangen gezet en daarna weggejaagd en de Bul werd in het openbaar verbrand in de Notre Dame, een daad, die zeker, ofschoon de uitwerking daarvan niet zulke een verre strekking heeft gehad als het verbranden van de Bul te Wittenberg, toch een diepen indruk moet gemaakt hebben, vooral, toen kort daarna de Staten-Generaal van Frankrijk voor de eerste maal bijeenkwamen en de handeling van den Koning door alle drie staten van zijn rijk bekrachtigd werd.