Note 66 — VI. Indeeling.—Op Passar Senin.
Reading edition
Bij een dier ethnologische tochten, zoo als Frank die noemde, waren zij eerst den weg naar Meester Cornelis tot bij Struiswijk opgewandeld, waren daarna omgekeerd tot bij de brug van Kramat66, alwaar zij rechtsom sloegen, om de Defensielijn van den Bosch eenigen tijd te volgen. Maar, daar te dier tijde de weg langs die Defensielijn, welke slechts uit een bespottelijk walletje van kinderachtige afmetingen met nog kinderachtiger daarvoor gelegen grachtje of slootje bestond, slecht onderhouden en derhalve in den regentijd uiterst morsig was, sloegen de veldontdekkers den eersten den besten weg links in, die hen in meer begaanbare dreven moest brengen. Die gekozen weg leidde hen door kampong Djagal, waarin weinig te zien was, en waar de bezoekers door een woedend gehuil van de daar aanwezige gladakhonden67 ontvangen werden, en kwamen zij zoo op Passar Senin terecht, maar thans langs de achterzijde en bij gevolg op een gedeelte, dat zij nog niet bezocht hadden. In dat gedeelte wemelde het van warongs-kraampjes, waarin voornamelijk eetwaren te koop waren. Zij zagen daar ettelijke militairen aanzitten, die zich een kop koffie lieten smaken. Het voorbeeld was aanstekelijk en de aroma, die het aftreksel verspreidde, verleidelijk. Daarenboven de wandeling had hen eenigszins vermoeid, zoodat zij weldra plaats genomen hadden, en met een kop koffie voor zich en een stukje gebak in de hand, daar zaten te genieten. Ja, te genieten; want het gebak, van een soort tulband-deeg vervaardigd, was uitmuntend en de koffie overheerlijk. Zij moesten zelfs erkennen, dat zij nimmer, zelfs in de rijkste inrichtingen van Amsterdam, Brussel of Parijs betere koffie geslurpt hadden, dan hier in dien eenvoudigen warong. Het eenige wat hen aanvankelijk tegenviel, was dat geen melk verstrekt werd; maar toen zij geproefd hadden, kwamen zij tot de meening, dat zelfs de heerlijkste room het geurige aftreksel, dat zij voor zich hadden, zoude bedorven hebben.