← Table of contents
In het land der zon

Note 63 — VI. Indeeling.—Op Passar Senin.

Reading edition

Ten gevolge van de muiterij aan boord van de Fernandina Maria Emma, werden zij, die als getuigen in het geding voor den krijgsraad moesten gehoord worden, bij de verschillende korpsen te Weltevreden geplaatst. Zoo werd kapitein Van Dam en luitenant Leidermooi bij het 10e; luitenant Denniston en sergeant Riethoven bij het 11e bataillon infanterie ingedeeld, terwijl de apotheker Behren en dokter Hannius bij het Groot Militair Hospitaal aldaar in dienst gesteld werden. Frank evenwel, die, behalve bij het kortstondig gevecht met de muiters in de kerk van het fregat, weinig of niet in aanraking met de belhamels geweest was, en derhalve slechts omtrent dit punt te getuigen had, zou in afwachting bij het depot blijven, maar werd ingedeeld bij het linker 8ste bataillon infanterie, dat te Ngawie in garnizoen lag. Aanvankelijk was hem die plaatsing zeer onaangenaam en morde hij, omdat hij van Herman, dien hij als een broeder lief had, zoude moeten scheiden. Daarbij genoot Ngawie in die dagen eene slechte reputatie. Maar toen hij vernam, dat zij in de residentie Madioen, en de garnizoensplaats was, die het dichtste bij den Lawoe gelegen was, op wier hellingen Wilatoong, het oord waar Adelien woonde, aangetroffen werd, toen verzoende hij zich met het noodlot, dat hij eerst zoo verwenscht had; ja hij kon eene gedachte niet van zich zetten dat kapitein Van Dam bij die plaatsing de hand in het spel had. Intusschen zou hij nog een paar maanden te Weltevreden doorbrengen in eene niet zeer aangename dienstverhouding bij het depot, dat als een passantenhuis kon aangemerkt worden, waarbij dus de doortrekkende militairen, die van heinde en ver van en naar alle oorden van den Indischen archipel geplaatst en overgeplaatst werden, in afwachting van scheepsgelegenheid een tijdelijk onderkomen vonden; maar van die mindere of meerdere dagen verblijf in de hoofdplaats van Nederlandsch Indië gebruik maakten om, zoo als zij dat eigenaardig noemden, „de blommetjes eens buiten te zetten.” De dienst bij dat depot was zwaar, omdat er steeds en altijd toezicht noodig was om zoo veel mogelijk uitspattingen tegen te gaan, of waar dat niet meer mogelijk was, de gevolgen daarvan door doelmatige maatregelen te voorkomen of te temperen; maar hij was niet opleidend, zoo als Frank dien gewenscht had om zoo tot de noodige som van militaire kennis te geraken, ten einde zoo spoedig mogelijk het luitenantsexamen af te leggen. Hartverheffend was die dienst ook niet, het was meestal week doen, wacht betrekken, transporten naar de reede begeleiden, in één woord, geestdoodende dienstverrichtingen, die geschieden moesten, maar welke hem geen of zeer weinig tijd overlieten om zijne boeken ter hand te nemen, terwijl het ongewone klimaat en de ongezelligheid der onderofficierskamers ook het hunne er toe bij brachten om Frank onvatbaar tot studie te maken. Daarbij het gezelschap, waarmede hij gedwongen was in aanraking te komen, was ook niet geschikt om hem naar een langer verblijf bij dat depot te doen haken. Tooneelen van dronkenschap en andere uitspattingen waren bijna dagelijks aan de orde, die door de ellendige grondbeginselen van de Regeering op het gebied van vrijhandel niet waren tegen te gaan. Sterke drank werd op Passar Senin,63 eene marktplaats, die door een dicht opeen gebouwd Chineesch kwartier omgeven is, op alle punten in allen vorm als jenever, arak, brandy, tjoe,64 als ajer kras,65 verkocht, en hadden daar in den regel tooneelen van uitspattingen en brooddronkenheid plaats, waarvan de menschheid gruwde. Wel waren door het militair bestuur preventieve maatregelen getroffen, zoo als het verbieden van sommige huizen. Wie hunner, die met de militaire toestanden destijds bekend zijn, herinneren zich „den arakchinees,” de „pintoe meirah,” „nonna Betje” en zoo veel andere verboden huizen niet, waar de bedwelmende dranken met vaten, met okshoofden gesleten werden? Wel werden er menigvuldig patrouilles uitgezonden om het uitgevaardigde verbod te doen nakomen. Maar.… die pogingen vonden zoo weinig medewerking bij de burger-autoriteiten, dat zij niet alleen daardoor totaal mislukten, maar ook aanleiding tot veelvuldige conflicten van de civiele met de militaire gezaghebbenden gaven, die bijna altijd door persoonlijkheden van het genus Endelbuis in het belang van handel en nijverheid werden beëindigd. Werd door den hoofdofficier, plaatselijken militairen kommandant te Weltevreden, den toegang tot eenig huis verboden; fluks werd daarnaast of daarachter onder de hooge bescherming van den assistent-resident van politie een bierhuis geopend—o het Chineesche bier, een aftreksel van gemberwortel, was zoo lekker en het gebruik daarvan volgens een attestum van den geneeskundigen dienst zoo heilzaam—en werd daarin den potators de vervalschte jenever, de akelige arak, de brandy, die als zwavelzuur brandde enz., met volle glazen, wat … met volle kruiken aangereikt. En de militaire autoriteit kon toekijken, kon ook den toegang tot dat zoogenaamde bierhuis weer verbieden; maar zag dan de komedie van herrijzenis zich herhalen, en dat tot in het oneindige toe; terwijl de mannen, die hunnen plicht nauwgezet meenden te doen, nog de beschuldiging moesten hooren, dat zij, aan de militaire traditiën getrouw, handel en nijverheid slechts hinderpalen in den weg legden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings