Note 6 — TWEEDE DEEL
Reading edition
Toen de bloesem zich geheel ontwikkeld had, noodigde Korman zijn geëmployeerden uit een dag ten zijnent door te brengen, en gezamenlijk met hem de verwachte oogst te taxeeren. Het behoeft wel geen betoog dat de meeningen sterk uiteenliepen. Men telde de bloesem aan een tak, schatte daarna het totaal aan een boom, en vermenigvuldigde. Een klein verschil in de eerste telling groeide bij die bewerking natuurlijk verbazend. Dan was de een optimist, de ander pessimist, zoodra er gesproken werd over het percentage dat zich niet tot vrucht zou zetten of af-regenen en waaien. Met dat al was het een prettig dagje, dat Korman’s voorraad in goedang6 en wijnrek kolossaal deed verminderen. Zich niet storende aan de taxaties van het vroolijke troepje, besomde Korman zelf veertig picols voor Watoeombo en tien voor een paar tuinen op Sabrang, die, ondanks het jaar verschil in ouderdom, reeds dapper meededen.