Note 4 — TWEEDE DEEL
Reading edition
Behalve de tuinen die onmiddellijk aan de loengoers grensden, en waarover de wind vrij heen streek, beloofde de aanplant van Watoeombo zijn plicht te zullen doen. Met de loengoer-tuinen was het echter slecht gesteld. De koffie wilde er niet groeien, en de dadap evenmin, doch daarentegen schoot de alang-alang er steeds weelderiger op. Tot een diepte van anderhalf voet had Korman er laten dangirren. Hij had daarvoor duur betaald, van één tot één en ’n kwart cent per boom, maar met geen ander resultaat als dat het zoo verfoeide onkruid nog dikker opkwam dan vroeger, en de koffieplantjes, voor het grootste gedeelte tweemaal gesoelamd,4 er geel en mager bijstonden, treurige voorbeelden van slechte werkwijze.