Note 21 — TWEEDE DEEL
Reading edition
Minah noemde haar een onnoozel halsje. Zij wist dan beter wat er in de wereld te koop was. De heeren namen een huishoudster op een goedkoopje, zoolang zij nog geen tractement genoeg hadden om een njonja21 blanda te bekostigen. Want die zijn duur; ten eerste van nature, ten tweede door hun kleeding, en ten derde omdat zij van niets verstand hebben en door de bedienden van alle kanten bestolen worden. Watblief? Die waar Minah’s moeder diende, was een der pintersten, wat echter niet belette dat zij, Minah, zes jaar lang had meegegeten. En zij niet alleen. Ieder der bedienden had een vrouw of een man en kinderen, die allen meeaten uit de goedang. Een kleine kolonie op het achtererf! Welke huishoudster, die zuinig wilde zijn, zou dat toelaten? Van Everdingen en zij hadden een kokki, een jongen, en een waterdrager, die allen in de bijgebouwen woonden en in de kost waren. Maar zij kregen niets te veel, niet meer dan zij ook precies op konden; en familie duldde Minah zelfs niet in de kampong.