Note 30 — TWEEDE DEEL (continued 2)
Reading edition
Maar Li weigerde zóó abrupt, dat de Leeuw reeds bij het eerste woord inzag dat hij zijn doel gemist had en de hem door Korman opgedragen last onuitvoerbaar was. Maar toen Li in haar verontwaardiging verder ging, hem vragende wat hem de vermetelheid gegeven had die vraag tot haar te richten, zij de pleegdochter van Messner, de voormalige nonja besaar van Watoeombo, hij de peranakan30 die onder den titel van opzichter het werk van een mandoer verrichtte, toen werd hij kwaad en glimlachte onderdanig. Bij zichzelven zwerende dat hij het haar betaald zou zetten, vroeg hij verschooning; de nonja moest hem niet kwalijk nemen, zij had het zelf gezegd, hij was maar een domme sinjo; hij hoopte dat de nonja het vergeten zou wat hij in zijn dwaasheid gezegd had, en weer vriendelijk zijn tegen hem als vroeger.