Note 6 — EERSTE DEEL
Reading edition
Het pad, tot nu toe loopende door onbehagelijke glagah en alang-alang6 strooken, had het bosch bereikt, en welkom was de koelte die daarin heerschte. Links van den weg, die nu zachtkens de diepte in leidde, stond hoog woest bosch, in eeuwenoude ongestoordheid; het onderhout een bosch op zichzelf vormende, als een tweede generatie van een reuzengeslacht; rechts een steile helling, een afgrond, waarop geen boom had kunnen standhouden vanwege de ontelbare afschuivingen, die groote open plekken in het kreupelhout hadden gebroken, en waarlangs rijdende de europeanen zich onwillekeurig op hun paard naar den binnenkant van den weg overbogen. Beneden rolde en viel het water van een vrij sterken bergstroom, leven aanbrengende als een solist in het eentonige orkest van ’t oerwoud.