← Table of contents
In de koffie

Note 75 — EERSTE DEEL (continued 2)

Reading edition

„Zie,” zeide Messner; „dat doe ik zóó. Ik neem op een der golvingen van het terrein, op de helling, een punt—ongeveer in het midden van den afstand tusschen het ravijn en den loengoer—en daar steek ik een andjir in den grond. Thuis heb ik een lat van een voet of twaalf lang, mooi recht geschaafd, en daaraan heb ik een soort vizier gemaakt van twee spijkers, aan de uiteinden ingeslagen. Op die lat zet ik een gewone bel—je zoudt het ook met een timmermanswaterpas kunnen doen—en ik richt haar op de volgende golving van mijn terrein en ook in de holte. Dezelfde bewerking doe ik, na van uit het eerste punt naar boven en beneden andjirs te hebben gezet op den vereischten afstand, nog eens zoo hoog mogelijk, èn aan den voet van het ravijn. Daarna kan de meet-mandoer de rest afzetten. Hij heeft nu genoeg vaste lijnen om zich naar te richten. Zouden door te groote steilte van de terreinholten, de terrassen iets te smal worden, dan laat hij er hier en daar een uitvallen en de anderen doodloopen; men noemt dat anakans.”75

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings