Note 134 — TWEEDE DEEL.
Reading edition
Zij neemen echter ook eenige mindere Goden aan; sommigen zijn een soort van huisgoden, beschermers van hunne boersche daken. In de meest in het oog loopende plaats van de yourte is het, dat zij deeze afgoden, ruw uitgehouwen en zwart van den rook, plaatzen; zij kleeden ze op de Koriaksche manier, en behangen ze met schelletjes, ringen, en allerlei soort van yzeren en koperen gereedschappen. De andere mindere goden, welke zij zich verbeelden, bewoonen de bergen, de bosschen en de rivieren; dit alles doet ons denken aan de verdeeling der Nijmphen in de Fabelgeschiedenis der oude Grieken.