Note 124 — TWEEDE DEEL.
Reading edition
Zij roepen onophoudelijk werda, uit vreeze van door de omleggende Koriaken verrast te zullen worden, welkers oproerige en stoute aart hun menigmaal tot den opstand brengt, en om de stad te komen aanvallen, wanneer men daarop het minst verdagt is, ook is het hun niet geoorloft van aldaar lang te blijven, wanneer zij om handel te drijven derwaarts komen.