Note 226 — TWEEDE DEEL. (continued 4)
Reading edition
Ik denk niet dat het noodig zal zijn de levendigheid mijner uitdrukkingen, in het afschetzen van mijne gevoelens voor dien soldaat, te rechtvaardigen; Ik heb niets te zeggen aan hem die, onderricht van de diensten, welken hij mij beweezen heeft, mij deswegens zou willen laaken.