Note 176 — TWEEDE DEEL. (continued 3)
Reading edition
Het verlies van deeze dieren schijnt de Yakouters weinig aan te doen; het komt in hen zelfs niet eens op om ze hulp toetebrengen; zo dra zij weigeren dienst te doen, of dat zij van verzwaktheid of vermoeitheid neervallen, geeft men ze aan hun jammerhartig lot over; ook ziet men de wegen met derzelver lijken bezaaid, die ten voedzel voor de beeren verstrekken, welken hun roof niet verlaaten, voor en aleer ’er niets meer dan de beenen overblijft. Geen tien treeden ver of wij vonden van deeze geraamtens van paarden, en ik geloof, dat ik tot aan het kruis van Yndoma, er meer dan twee duizend gezien heb. Mijne geleiders verhaalden mij, dat de meesten het voorige jaar omgekomen waaren, bij gelegenheid van de overvoering der bouwstoffen, geschikt voor den togt van den Heer Billings van Yakoutsk naar Okotsk; men was door de overstroomingen overvallen geworden, en naauwlijks hadden de menschen zich kunnen bergen. Een gedeelte der laadingen was nog onder een soort van lootsen, en die labazis geplaatst, waar van ik gesprooken heb, alwaar de reizigers hunne goederen bergen, tot dat de afloop van het water hen de gelegenheid verschaft om dezelve te komen weghaalen; men voegde daar nog bij dat de Yakouters dus jaarlijks vier a vijf duizend paarden, in de overvoering der Koopmansgoederen, waar toe ze gebruikt worden, verliezen.