Note 175 — TWEEDE DEEL. (continued 3)
Reading edition
Dit waren lederen en mantelzakken, ze hebben dit vooruit, dat de zijden van het paard daar door niet kunnen gekwetst worden; derzelver gewicht is gewoonlijk van vijf pouds of twee honderd ponden, en nooit zijn ze zwaarder dan zes pouds of twee honderd veertig ponden; men noemt dien last riouki en derzelver draagers RIOUSCHNI-LOSCHADEI; wanneer de goederen minder zwaar of van een klein begrip zijn, plaatst men dezelve op den rug van het dier, en maakt die meteen paardenhairen riem die onder den buik doorgaat, daaraan vast.