← Table of contents
Historisch dagverhaal der reize van den heer De Lesseps

Note 83 — EERSTE DEEL. (continued 2)

Reading edition

Niettegenstaande alle mijne voorzorgen, had ik hier het ongenoegen van mijn Sabelmarter die de Heer Kasloff mij gegeeven had te zien sterven; ziet pag. 48. Aanstonds liet ik ze villen om het vel te kunnen bewaaren.

Een mijner vermaaken had daar in bestaan, om haare hebbelijkheden gade te slaan. Derzelver verwonderlijke levendigheid maakte haar de keten onverdraagelijk, dikwils zogt ze te ontsnappen, en ze zou zeker daar toe gekomen zijn, zo ik ze niet onophoudelijk bewaakt had, en nooit agterhaalde ik ze, zonder dat ze mij een of andere beet toebragt, zij ontvingen bij voorkeur vleesch, het geen in de bosschen het begunstigde voedzel der marters uitmaakt. Haare gezwindheid in het vangen der vogels, en om dieren die zwakker als zij zijn, aantevallen, is onbegrijpelijk. De mijne sliep bijna den geheelen dag, des nagts maakte ze een geduurig gedruis, met zich in de keten te beweegen, dog ten uiterste vreesachtig, wanneer ze iemand zag aankomen, hield ze zich stil, en begon wederom als ze alleen was. Ik had de gewoonte van ze verscheide maalen op den dag buiten te brengen, naauwlijks was ze op de sneeuw, of ze begroef zich en dolf onder de aarde even als de mollen, zich van tijd tot tijd vertoonende om zich aanstonds weder te verbergen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings